BLOG

Geoorloofdheid verbod op verkoop via online platforms van derden bevestigd

Geoorloofdheid verbod op verkoop via online platforms van derden bevestigd

13.12.2017


Op 6 december 2017 heeft het Europees Hof van Justitie (“Hof”) uitspraak gedaan in de Coty-zaak.

Vanaf nu bestaat er zekerheid voor producenten van luxeproducten: zij mogen hun selectief distributeurs verbieden de producten te verkopen via online platforms van derden, zoals van Bol.com, Amazon of bijvoorbeeld via Marktplaats.




Selectieve distributiesystemen
Het Hof gaf aan dat reeds bekend is dat selectieve distributiesystemen niet verboden zijn onder artikel 101 VWEU (het Europese kartelverbod) wanneer aan de volgende 3 voorwaarden wordt voldaan:

Wat betreft de vraag of het luxe imago van producten een selectief distributiesysteem kan rechtvaardigen (zie de eerste voorwaarde), overwoog het Hof dat dit zeker het geval is. De kwaliteit van producten heeft niet enkel materiële kenmerken maar bestaat ook uit de uitstraling van het product: allure en een prestigieus imago dragen daaraan bij. Afbreuk aan de uitstraling van het product kan ook leiden tot afbreuk van de kwaliteit ervan.

Hieruit volgt dat selectieve distributiesystemen die tot doel hebben het luxe imago van producten te behouden, verenigbaar zijn met artikel 101 VWEU op voorwaarde dat zij aan bovengenoemde criteria voldoen.

Selectieve distributiesystemen – voorwaarden voor online verkoop
Met betrekking tot specifieke clausules die zien op online verkoopvoorwaarden, overwoog het Hof dat ook deze clausules onderhevig zijn aan de voorwaarden die gelden voor selectieve distributiesystemen in het algemeen.

De specifieke clausule in deze zaak zoals gebruikt door Coty verbood de selectief distributeurs van Coty om haar producten online aan te bieden op websites waarvan naar buiten toe zichtbaar is dat het websites van derden zijn. De producten van Coty mogen enkel online verkocht worden wanneer zij worden aangeboden via een ‘elektronische etalage’ (lees: de eigen webshop) van de selectief distributeur. Verkopen via bijvoorbeeld www.amazon.de of een ander verkoopplatform zoals www.eBay.com is op grond van deze regels verboden, omdat consumenten kunnen zien dat niet de website van een selectief distributeur, maar de website van Amazon of eBay wordt gebruikt. Verkopen via een verkoopplatform van derden is namelijk alleen toegestaan wanneer dit niet “naar buiten toe kenbaar is”.

De clausule zoals opgelegd door Coty, die was neergelegd in een aanvullende overeenkomst inzake internetverkoop, luidde:

„[h]et [...] de depositair niet [is] toegestaan een andere naam te gebruiken of een derde, niet-erkende, onderneming in te schakelen”.

Het Hof concludeerde dat de door Coty gebruikte clausule in principe aan de hier bovengenoemde voorwaarden voldoet, en derhalve verenigbaar is met het mededingingsrecht. Het is echter aan de nationale rechter om te beoordelen of wordt voldaan aan de voorwaarden, daarbij de omstandigheden van het geval in acht nemende.

Wat is het belang voor de praktijk?
Verkoop van consumentenproducten via internet neemt de afgelopen jaren enorm toe. De Europese e-commercemarkt is in 2016 gegroeid naar meer dan € 500 miljard. De verwachting is dat er in 2017 een online B2C omzet in Europa worden behaald van circa € 600 miljard.

Voor verkoop van luxeproducten in klassieke brick and mortar winkels gelden voor selectief distributeurs vaak strenge voorwaarden met betrekking tot onder meer de inrichting en uitstraling van de winkel. Voor producenten van luxeproducten is het wenselijk om ook aan de online winkels van hun geselecteerde distributeurs dezelfde eisen te kunnen stellen om het luxe imago van het product te kunnen behouden. Als het deze selectief distributeurs vervolgens (wel) toegestaan zou worden om de producten door te verkopen via platforms van derden (in plaats van via hun eigen webshop, of aanvullend hierop), dan kan dit bij uitstek afbreuk doen aan het luxe imago waar eerder juist in geïnvesteerd is.

Al ‘vooruitlopend’ op de uitspraak van het Hof, deed de rechtbank Amsterdam in oktober 2017 uitspraak in een zaak waarin zij het Italiaanse Action Sport (een selectief distributeur voor Nike), verbood Nike producten via de online marktplaats van Amazon te verkopen. Omdat Nike Europe haar hoofdkantoor in Hilversum heeft, kwam de zaak voor de Nederlandse rechter. De rechter oordeelde dat het gedrag van Action Sport onrechtmatig was en volgde daarin één-op-één de conclusie van Advocaat-Generaal Wahl. Met de huidige uitspraak is bevestigd dat dit de correcte lijn is.

Zoals wij in ons vorig blog over het advies van Advocaat-Generaal Wahl lieten zien, hanteerden verschillende Europese lidstaten tot nu verschillende benaderingen. Met deze uitspraak is er nu één gemeenschappelijke Europese lijn gekomen, en dit schept duidelijkheid voor producenten van luxeproducten die in de gehele Europese Unie via selectief distributeurs hun producten vermarkten.

De belangrijkste “winst” voor producenten van luxeproducten is dat zij nu hun selectief distributeurs in Europa mogen verbieden om deze producten te verkopen via platforms van derden, voor zover die platforms naar buiten toe kenbaar zijn als platform van een derde. De producenten zullen deze ontwikkeling ongetwijfeld toejuigen.

Het Hof heeft het expliciet over “luxe producten”, niet over “luxe merkproducten”. Het lijkt dus niet zo te zijn dat nu merken in hun algemeenheid beschermd worden tegen verkoop via platforms van derden. Het kan immers – ook bij een (geregistreerd) merk – (vanuit het oogpunt van de consument bezien) een “niet luxe” of een niet-kwaliteitsproduct betreffen. De vraag doet zich nu voor of de uitspraak van het Hof ruimte laat voor interpretatie (voor bijvoorbeeld de selectief distributeur…) wanneer het gaat om een niet-luxe merkproduct. Verdere jurisprudentie zal ongetwijfeld ontwikkeld worden op dit gebied, met name rondom de exacte reikwijdte van deze uitspraak en de definitie van “luxe product”.