BLOG

Formele onderzoeken naar licentie- en distributiepraktijken

Formele onderzoeken naar licentie- en distributiepraktijken

16.06.2017


Op 14 juni 2017 heeft de Europese Commissie (“Commissie”) bekend gemaakt dat ze drie formele onderzoeken opent naar de licentie- en distributiepraktijken van Nike (o.a. FC Barcelona), Sanrio (o.a. Hello Kitty), en Universal Studios (o.a. Minions / Verschrikkelijke Ikke).


De licentienemers van Nike, Sanrio, en Universal Studios verkopen producten waarop afbeeldingen en teksten zijn aangebracht van de merken waarvan zij licentienemer zijn. De Commissie onderzoekt nu of Nike, Sanrio, en Universal Studios als licentiegevers de Europese mededingingsregels overtreden door aan hun licentienemers beperkingen op te leggen met het oog op verkoop “over de grens” en online van hun (merchandise) producten.

Meer formele onderzoeken in de e-commerce
De Commissie heeft recentelijk haar sectoraal onderzoek naar e-commerce in de EU afgerond en haar resultaten gepubliceerd in een rapport. De resultaten van dit onderzoek laten zien dat er vanuit mededingingsrechtelijk oogpunt het nodige te verbeteren valt.

Overeenkomsten tussen leveranciers en wederverkopers (distributie overeenkomsten) kunnen de mededinging beperken wanneer de leverancier restricties oplegt aan haar distributeur die grensoverschrijdende verkoop bemoeilijkt en/of ontmoedigt. Ook geo-blocking – wanneer consumenten op basis van hun geografische locatie geen toegang hebben tot een bepaald product of een bepaalde dienst – kan tot gevolg hebben dat de mededinging wordt beperkt.

De Commissie vreest dat bepaalde distributiepraktijken en geo-blocking nadelige gevolgen hebben voor de consumentenkeuze en de verkoopprijzen. De Commissie wil orde op zaken stellen in de e-commerce sector. De teller van het aantal geopende onderzoeken naar de distributiepraktijken van ondernemingen naar aanleiding van het e-commerce rapport staat inmiddels op zes.

Zo heeft de Commissie eerder deze maand ook al een formeel onderzoek geopend naar het distributiesysteem van kledingmerk Guess. De Commissie verdenkt Guess ervan dat ze haar distributeurs verbiedt om online te verkopen aan consumenten uit andere lidstaten. Daarnaast heeft de Commissie twee formele onderzoeken geopend in februari 2017: een naar distributie van consumentenelektronica (Asus, Denon & Marantz, Philips, en Pioneer) en een naar de distributie van videogames (Valve Corporation, Bandai Namco, Capcom, Focus Home, Koch Media, en ZeniMax).

Onderzoeken door nationale mededingingsautoriteiten in de EU?
De zorgen over het effect van verticale restricties op de mededinging worden gedeeld door nationale mededingingsautoriteiten.

Zo heeft de Duitse mededingingsautoriteit in januari 2017 richtlijnen uitgebracht voor verticale prijsbinding in de food retail sector en een keur aan zaken afgerond waarin verticale restricties werden aangepakt. Dit betreft onder andere de LEGO-zaak van januari 2016 (verticale prijsbinding) en de meubelzaak van januari 2017 (eveneens verticale prijsbinding). De Belgische mededingingsautoriteit heeft in maart 2017 verticale prijsbinding beboet in de bakkersgistsector. De Franse mededingingsautoriteit heeft in februari 2017 verticale prijsbinding op de markt voor pétanque ballen aangepakt. In juni 2016 publiceerde de Britse mededingingsautoriteit al een open brief aan leveranciers en afnemers om hen te wijzen op het verbod op verticale prijsbinding.

Aan de zijde van de ACM is het echter – wat mogelijke onderzoeken naar verticale restricties betreft – opvallend stil. ACM heeft wel in april 2015 aangegeven dat ze in haar toezicht op verticale overeenkomsten “voorrang geeft aan overeenkomsten die nadelig uitpakken voor consumenten”. Dergelijke verticale overeenkomsten lijkt ACM in de praktijk echter nog steeds niet te zijn tegengekomen. Uit het sectoraal onderzoek van de Commissie blijkt echter dat praktijken die mogelijk in strijd zijn met het mededingingsrecht wijdverbreid zijn binnen de gehele Europese Unie. Het lijkt dan ook vrij onwaarschijnlijk dat er in Nederland geen verticale overeenkomsten zijn die het onderzoeken waard zijn.

Conclusie
De recente geopende onderzoeken benadrukken het belang dat de Commissie hecht aan efficiënte en eerlijke grensoverschrijdende verkoop, zowel wat traditionele verkoop betreft (bricks) als internetverkoop (clicks). Alhoewel de activiteit van ACM, in vergelijking met die van de Commissie en andere nationale autoriteiten in de EU beperkt is, lijkt dit slechts een kwestie van tijd.

Het is van belang dat ondernemingen zich goed laten informeren over de toelaatbaarheid van restricties bij grensoverschrijdende verkoop in distributie overeenkomsten. Dit geldt voor alle betrokken ondernemingen: leveranciers, wederverkopers, licentiegevers en licentienemers.